Jaques Sonck – Archetypes

Jacques Sonck (BE) maakt indringende straat- en studioportretten van opvallende figuren uit alle lagen van de bevolking. In zijn foto’s gaat hij op zoek naar archetypes. Sinds 1975 breidt hij die catalogus systematisch uit.

De ontdekking van dit dertigjarige oeuvre is een echte revelatie.
Sonck maakt klassieke portretten in de stijl van Diane Arbus e.a.
Zonder een oordeel te vellen confronteert Jacques Sonck de kijker met bekoorlijke en afstotelijke individuen: eenzaten, excentriekelingen, drop-outs en gedeformeerden.

Soncks uitgepuurde zwart-witbeelden bevatten een bevreemdende, vaak anachronistische esthetiek met een merkwaardig documentair karakter.
Diversiteit in al haar gedaantes binnen de menselijke soort wordt op een onderkoelde manier in beeld gebracht, zonder melancholie, mededogen of de intentie om te ridiculiseren.

Jacques Sonck (°1949) studeerde fotografie aan het Narafi in Brussel en behoort in België tot een eerste generatie fotografen die een formele opleiding genoten. Naast zijn professionele activiteiten (tot voor kort was hij fotograaf bij de Cultuurdienst van de Provincie Antwerpen) wijdt hij zich sinds medio jaren 1970 aan persoonlijke projecten.


Zijn werk is momenteel te bekijken in het Fotomuseum Antwerpen (24.06.11 – 25.09.11)

Lynne Cohen

De Canadese Lynne Cohen (1944 , Wisconsin ) fotografeert al meer dan dertig jaar interieurs. Haar stijl is onder te brengen in de hedendaagse fotografie zoals die van Thomas Struth, Andreas Gursky of Jeff Wall. Met een grote camera, die uiterst scherpe beelden oplevert, gaat ze op zoek naar bizarre, soms beangstigende plekken.

Cohen begon in de vroege jaren ’70 te fotograferen in de tijdsgeest van minimalisme en pop-art. Van opleiding was ze oorspronkelijk beeldhouwer maar al snel koos ze voor de fotografie omdat dat haar in staat stelde ín en mét de echte wereld te werken. Het sculptuur-gehalte is evenwel nooit ver weg in haar beelden: de verlaten plaatsen die ze fotografeert lijken geconstrueerde installaties. Toch zijn de interieurs allemaal echt. De zorgvuldige keuze van haar locaties en het strakke kader dat Cohen hanteert, bepaalt het onwerkelijke van deze foto‘s. Meestal gaat het om niet-publieke ruimtes die ze na lange onderhandelingen en briefschrijverij mag betreden.De ingrediënten van Cohens werk bleven de afgelopen 4 decennia nagenoeg hetzelfde: bizarre interieurs van private ruimtes waar vreemde artefacten de enige sporen zijn van menselijke activiteit. Eind jaren ’90 begon ze ook in kleur te werken. Een breuk in haar oeuvre betekende dit echter niet; de vaak intense kleurenfoto’s sluiten naadloos aan bij het oudere werk. Bovendien liet ze het werken in zwart-wit nooit los en haar tentoonstellingen bestaan meestal uit een mix van kleur en zwart-wit.
Cohen concentreert zich op onderzoeksruimten, klaslokalen, kuuroorden en  meer. Wat ze toont zijn uitgepuurde, schijnbaar neutrale registraties van de restanten van een zeer specifieke activiteit waarvan we de betekenis meestal niet meer kunnen ontcijferen. Dat maakt haar werk ongemeen absurd. De ‘objectieve’ en ‘serieuze’ benadering lijkt haaks te staan op het humoristische element in Cohens werk maar bepaalt precies de treffende spanning ervan. Zelf zegt ze: “Mijn werk ontstaat vanuit sociale en politieke beweegredenen maar er is geen concrete boodschap.

(Tekst: Bert Danckaert)

Website http://www.lynne-cohen.com/

 

Yann Gross – Kinitale

Yann Gross (Zwitserland, 1981) studeerde visuele communicatie en fotografie aan de universiteit van Lausanne, waar hij momenteel ook docent is. Hij is sinds 2008 lid van het fotografencollectief poc-Project. Hij exposeerde in verschillende Europese landen en heeft reeds drie solo-exposities gehad: Lavina (2008), Horizonville (2009) en Kitintale (2010).
American Photo magazine noemde hem enkele jaren geleden al een van de dertien veelbelovende fotografen. In 2010 won hij de Swiss Federal Design Award en was hij de winnaar van het Festival International de Mode et de Photographie in Hyères.

Kinitale
Kitintale is een voorstad van de Oegandese stad Kampala, en de locatie van het enige skatepark van Oost-Afrika.
De jongeren die daar wonen, kenden het fenomeen skateboarding wel van televisie, maar hadden geen plek om het zelf te beoefenen. Ze bouwden daarom zelf een skatepark, zonder enige hulp van buitenaf. Het skateboarden heeft niet alleen een sportieve functie: er is een sociale binding ontstaan en de jongeren praten met oudere skateboarders over problemen als hiv en malaria.

Yann fotografeerde de subcultuur en gaat er nu terug met behulp van het crowdfunding project Emphas.is om zijn documentaire af te maken en een nieuwe skate-ramp te bouwen.

Horizonville
Horizonville is een reeks die Gross maakte doorheen de Rhone-vallei, waarhij doorheen toerde met een brommertje.
Met surrealistische beelden laat hij een Zwitserland zien dat we nauwelijks kennen, met cowboys, motards, en andere Amerikaanse taferelen.

Bezoek zijn site voor zijn gedifferentieerde aanpak te ontdekken en te appreciëren.

Roger Ballen

In New York  geboren (1950), zijn moeder werkte er voor het beroemde Magnum agentschap en runde daarbij een fotogalerie.

Ze toonde er werk van Edward Steichen, Cartier-Bresson, Paul Strand en andere iconen van het medium. Zo groeide zijn belangstelling voor de fotografie maar zijn moeder, die het okee vond, poneerde wel dat je er je brood niet mee kon verdienen. Dus werd het een studie geologie aan de universiteit van Berkeley met specialisatie mijnbouwkunde. Foto’s kon je dan wel in je vrije uren nemen, dacht hij.

Zijn mastertitel behaalde hij met succes en de open dissidente geest van de universiteit dreef hem naar de betogingen van de activisten tegen de oorlog in Vietnam. Hij realiseerde er zijn eerste serieuze foto’s. Welstellend van huize uit en progressief via de universiteit trok hij, als rugzaktoerist voor vijf jaar op een wereldreis die in 1974 eindigde in Zuid-Afrika.

In 1982 keerde hij er terug als geoloog in de ontginningsindustrie en professioneel rondreizend op zoek naar mineralen ontdekte hij aspecten van het land die voor de rest van de wereld onbekend waren.Ver buiten de steden vond hij een doodarme blanke bevolking die leefde op de rand van het bestaan.

Enigszins vergelijkbaar met wat destijds in Duitsland August Sander deed, een inventaris samenstellen van de verscheidenheid binnen het Duitse ras, verzamelde Ballen portretten van arme landbouwers, arbeiders en werklozen. Verpauperde types die ook fysiek weinig innemend waren maar fotografisch aantrekkelijk. Het is daarbij niet helemaal duidelijk of hij een sociologisch fenomeen openbaar wilde maken of louter fotografisch dacht. Feit is dat de beelden hier en daar op exposities werden getoond en de indruk was zo overweldigend dat er een boek over verscheen, “Platteland, Images from rural South-Africa”. In het thuisland werd het niet gesmaakt want de conservatieve nazaten van oom Krüger, blank en welvarend, vonden dat de fotograaf het imago van hun land had besmeurd door mensen te tonen die in hùn wereld niet thuis hoorden evenmin als de zwarten. Maar Ballen repliceerde dat de idyllische droom van de bevoorrechte blanken haaks stond op de brute realiteit en dat zo bewezen werd dat het bestuurlijk sisteem faalde.

Al bijna 30 jaar werkt Roger Ballen aan een meesterlijk oeuvre dat onophoudelijk evolueert. Zijn bijzondere universum, dat gaat van een documentaire stijl uit zijn beginperiode tot meer picturale opstellingen, navigeert tussen droom en werkelijkheid. Een mysterieus oeuvre, dat zowel grappig als verwarrend is. Te ontdekken via 200 foto’s, van de eerste beelden tot Boarding House, zijn laatste serie.

Website http://www.rogerballen.com/

Philip Lorca diCorcia

Philip Lorca diCorcia (1953) geboren te Hartford (USA) wonende en werkende in N.Y. Bekend om zijn straatfotografie neemt hij een eigenzinnige plaats in de hedendaagse fotografie. Hij opereert in de leemte tussen postmoderne fictie en documentaire fotografie.

Aan het begin van zijn carrière (eind jaren zeventig) plaatste hij zijn vrienden en familieleden op weloverwogen wijze in fictieve tableaus, veelal binnenshuis. Later richtte hij zijn blik ook naar buiten en fotografeerde hij onbekenden in een stedelijke omgeving (Berlijn, Calcutta, Hollywood, New York, Rome en Tokyo), waarbij hij door het gebruik van kunstlicht de dramatiek van zijn beelden vergrootte. Iedere serie van hem (Hustlers, Streetwork, Heads, A Storybook Life en Lucky 13) is een soort verkenning van zijn formele en conceptuele interesses.

Hij fotografeert vaak geënsceneerde situaties, maar je krijgt regelmatig het idee dat het model geen idee heeft dat hij of zij gefotografeerd wordt. Hierdoor krijg je een raar soort gevoel van voyeurisme. Centraal in deze staat zijn meest recente serie Lucky 13, waarin je telkens een paaldanseres in actie ziet tegen een neutraal zwarte achtergrond. Dit werk wordt gecombineerd met monumentale beelden uit de veelgeroemde serie Hustlers, een serie portretten van mannelijke prostituees in een stedelijke omgeving. Het psychisch beladen spel van kijken en bekeken en de complexiteit van de waarneming worden is een bindend de twee series met elkaar.

Philip is geen fotograaf die duizenden foto’s per jaar maakt, sterker nog zijn productie ligt enorm laag: hij maakt zo’n twaalf beelden per jaar. Elke foto is helemaal tot in detail uitgedacht. Hij maakt een script voor een bepaalde scène en zelfs de exacte werking van het licht en schaduw is wel overwogen.

Portfolio: http://www.thecollectiveshift.com/show/portfolio/diCorcia

 

Rineke Dijkstra

Rineke Dijkstra (Sittard, 1959) brak internationaal door met haar indrukwekkende portretreeksen. Het bekendst is de magistrale serie Strandportretten die bestaat uit sobere, frontale opnamen van jonge mensen op stranden in de Verenigde Staten, Nederland, België, Polen en de Oekraïne. In deze reeks concentreert Dijkstra zich op het moment dat een pose zich vormt of juist wordt losgelaten. Aarzeling en onzekerheid zijn zichtbaar in houding en oogopslag en verwijzen naar de existentiële eenzaamheid van pubers. De kale omgeving, het enigszins lage standpunt van de camera en het gebruik van invulflitslicht scherpen de vaak sterk cultureel bepaalde details en geven de beelden een monumentaal karakter.

In de fotoseries die Dijkstra rond het midden van de jaren negentig startte, richtte zij zich op de weergave van verhevigde emotionaliteit. Zij fotografeerde pas bevallen vrouwen met hun baby tegen zich aan gedrukt: ontluisterende en aangrijpende beelden van moederliefde die elke zoetsappige associatie met moederschap ver achter zich laten. Zij legde stierenvechters in Portugal vast, vlak na de strijd: uitgeput, trots, voldaan en met bloed besmeurd. In Engeland portretteerde ze kwetsbare scholieren en piepjonge meisjes, sexy opgeprikt voor een avondje uit in de disco. Door haar tegelijkertijd niets ontziende én afstandelijke, respectvolle benadering slaat Rineke Dijkstra in deze series een brug tussen het persoonlijke en het universele.
Met haar werk onderzoekt Dijkstra de grenzen van het portretgenre. De door haar gefotografeerde mensen dragen vaak een naam maar staan evenzeer model voor een groep, en ontstijgen het strikt individuele. In die zin is zij zowel een leerling van de Amerikaanse fotografe Diane Arbus met haar confronterende, ontluisterende mensbeelden als van August Sander, die tijdens het Interbellum de Duitse samenleving in typen ordende.